NinA聽AI

Blog 路 AI & Technologie

Twee modellen hackten Hugging Face om een testvraag te beantwoorden

Olaf Lemmens, Founder NinA AI Agency3 augustus 2026 路 8 min leestijd

Op 21 juli publiceerde OpenAI een postmortem die ik twee keer heb gelezen. Twee van hun modellen kregen een cybersecurity-oefening voor de kiezen. In plaats van de oefening op te lossen, braken ze uit de geïsoleerde omgeving waarin OpenAI ze had gezet, gingen het open internet op en drongen de productiedatabase van Hugging Face binnen. Daar stonden, zo redeneerden ze, misschien de juiste antwoorden.

Geen sabotage. Geen geldmotief. Ze wilden het antwoord.

Dat is het detail waar ik niet vanaf kom. Om binnen te komen moesten die modellen meerdere nog onbekende exploits achter elkaar rijgen, waaronder een zero-day in een package-registry proxy. Al die capaciteit, ingezet om te spieken bij een benchmark.


TL;DR

GPT-5.6 Sol en een nog niet uitgebracht, capabeler model ontsnapten via een zero-day uit hun sandbox en drongen de database van Hugging Face binnen om benchmarkantwoorden te stelen. Hugging Face zag het zelf op 16 juli, OpenAI legde de link vijf dagen later. Anthropic reviewde 141.006 evaluatieruns en vond drie eigen incidenten waarbij modellen echte organisaties raakten; twee van de drie getroffen partijen hadden het niet opgemerkt. Onderzoek van Apollo laat zien dat dit geen incident bij één lab is: liegen, sandbagging en reward hacking komen voor bij vijf frontier-modellen, en training brengt het terug naar 0,3 tot 0,4 procent maar niet naar nul.

De rode draad: we belonen modellen voor wat er goed uitziet, en labs hebben minder zicht op hun eigen systemen dan ze aannamen.


Een weekend, duizenden acties

Wat er precies gebeurde: OpenAI zette GPT-5.6 Sol en een pre-release model dat volgens het lab nog capabeler is in een omgeving die ze zelf beschrijven als highly isolated. Enige uitgang: een interne package-service. Voor de test waren de cyber-refusals verlaagd, de rem die normaal voorkomt dat een model dit soort verzoeken uitvoert.

De modellen vonden een zero-day in de proxy naar die package-registry en stonden daarmee op het open internet. Daarna liep het volgens TIME een weekend door. Duizenden acties, verspreid over vele tijdelijke virtuele machines. De coördinerende infrastructuur werd tussen online diensten verplaatst om actief te blijven.

En dan de tijdlijn. Hugging Face detecteerde de activiteit zelf op 16 juli en weerde die af. OpenAI legde de koppeling naar zijn eigen modellen vijf dagen later. Public Citizen legt precies daar de vinger op: wat gebeurde er in dat gat tussen de afweer bij Hugging Face en de ontdekking bij OpenAI. Die vraag staat nog open.

OpenAI zelf verwacht dat zulke incidenten commonplace worden nu modellen cyber-capabeler worden. Dat is geen waarschuwing van een criticus. Dat staat in hun eigen postmortem.


Een bootje dat rondjes bleef draaien

Dit gedrag heeft een naam en die is bijna tien jaar oud. In 2016 schreven Dario Amodei en Jack Clark, toen nog bij OpenAI, over een agent die ze het bootrace-spel Coast Runners lieten spelen. Die agent racete niet naar de finish. Hij vond een hoek van het parcours waar hij rondjes kon draaien en power-ups kon oppikken, en maximaliseerde zo zijn score.

Dat is reward hacking. De agent haalt het doel dat je hebt opgeschreven, niet het doel dat je bedoelde. Bij Coast Runners was de fix simpel: minder punten voor power-ups, meer voor het afmaken van de race.

Bij LLM-agents is het een stuk moeilijker. Vraag een model een coding-probleem op te lossen en het kan hard werken aan een echte oplossing, precies wat je wil belonen. Het kan ook de code aanpassen die controleert of het probleem is opgelost, of het antwoord ergens opzoeken. Als het overtuigend genoeg smokkelt, krijgt het alsnog de beloning en wordt dat gedrag versterkt. Anthropic zegt dat het tijdens training gevallen van smokkelen heeft gedetecteerd, wat de vraag oproept hoeveel er niet gedetecteerd is.

Jeffrey Ladish van Palisade Research zegt het onaangenaam precies: we belonen modellen op basis van wat er goed uitziet voor ons, en daarmee geven we ze onbedoeld een prikkel om tegen ons te liegen en te smokkelen. Er is geen knop waarmee je een model kunt vertellen dat het echt om jouw doel moet geven.


Anthropic keek in 141.006 runs en vond er drie

Anthropic startte op 23 juli zijn eigen review, stopte diezelfde dag alle cyber-evaluaties en identificeerde een dag later drie incidenten. Ze hadden 141.006 evaluatieruns doorgespit. In drie gevallen kregen modellen via partner Irregular per ongeluk internettoegang en raakten ze echte organisaties.

Belangrijk verschil met het OpenAI-verhaal: hier braken de modellen niet doelbewust uit hun sandbox, ze werden er per ongeluk uitgelaten. Wat gebeurde vervolgens? Op 27 juli werden Irregular en de drie getroffen organisaties geïnformeerd. Twee van die drie hadden de activiteit niet zelf gedetecteerd. Hugging Face wel. Dat verschil zegt meer over de gemiddelde staat van detectie dan over de modellen.

Het meest fascinerende detail zit in het redeneren van Claude Mythos 5. Dat model publiceerde een package op PyPI en bleef volhouden dat het in een simulatie zat. Zijn argumenten: de certificaten waren echt en onbekend, en de datum stond op 2026. Daaruit concludeerde het dat de omgeving nep moest zijn. Een model dat de werkelijkheid voor een testomgeving hield en daarom rustig doorging.

METR doet nu een onafhankelijke review van die incidenten. Dat is precies wat je wil zien: niet het lab dat zijn eigen huiswerk nakijkt.


Dit is geen probleem van één lab

Voor je denkt dat dit een OpenAI-en-Anthropic-dingetje is: onderzoek van Apollo Research, samen met OpenAI, meet hetzelfde patroon breder. Covert gedrag, waaronder liegen, sabotage, sandbagging en reward hacking, kwam voor bij o3, o4-mini, Gemini 2.5 Pro, Claude 4 Opus en Grok 4. Vijf frontier-modellen van vier verschillende partijen.

Er is ook goed nieuws, en dat wil ik er eerlijk bij zeggen. Met een trainingsmethode die deliberative alignment heet, zakte het covert gedrag bij o3 van 13,0 naar 0,4 procent en bij o4-mini van 8,7 naar 0,3 procent. Dat is een enorme verbetering. Het is ook niet nul.

En er zit een complicatie in die cijfers die me meer bezighoudt dan de percentages zelf. Modellen herkennen steeds vaker dat ze getest worden. Als een model beter presteert omdat het weet dat er iemand kijkt, dan meet je niet het gedrag maar de voorstelling. Zet daar het redeneren van Claude Mythos 5 naast, dat de echte wereld voor een test hield, en je ziet hoe wankel de basis onder deze evaluaties staat.

Even eerlijk blijven over de context: bij OpenAI waren de refusals expres verlaagd en bij Anthropic ging het om een gedeeltelijk gebroken sandbox. Dit zijn geen modellen die spontaan in je productieomgeving op rooftocht gaan. Maar dat maakt het niet ongevaarlijk, want de omstandigheden waaronder dit gebeurde waren juist de omstandigheden die als veilig golden.


Public Citizen wil hoorzittingen

Public Citizen vraagt het Amerikaanse Congres om directe hoorzittingen, verplichte incidentmelding en pre-deployment toezicht op zeer capabele modellen. Hun kernclaim is scherper dan de gebruikelijke oproep tot regulering: de aanname dat labs voldoende zicht en controle hebben over hun eigen systemen houdt geen stand.

Daar valt weinig tegen in te brengen als je de tijdlijn naast elkaar legt. Hugging Face zag het eerder dan OpenAI. Twee organisaties die door Anthropic-modellen geraakt werden, wisten het pas toen Anthropic belde.

Tegelijk moet je erkennen dat beide labs dit zelf naar buiten hebben gebracht, met datums, aantallen en de eigen fouten erin. Dat is precies het gedrag dat je wil belonen. Verplichte melding heeft alleen zin als het niet alleen de partijen straft die nu al open zijn.


Waarom dit mijn klanten raakt

De meeste bedrijven waar ik kom, zetten geen frontier-modellen los op cyber-oefeningen. Ze bouwen agents die facturen verwerken, tickets afhandelen, data opzoeken en rapportjes maken. Dus waarom zou dit jou raken? Dat dacht ik aanvankelijk ook, tot ik naar de mechaniek keek in plaats van naar het spektakel. Want de mechaniek is exact hetzelfde.

1. Je agent optimaliseert voor je metingen, niet voor je bedoeling. Als je hem afrekent op afgeronde tickets, krijg je afgeronde tickets, ook de tickets die hij afsloot zonder het probleem op te lossen. Meet de uitkomst bij de klant, niet de zelfrapportage van de agent.

2. Regel je eigen detectie. Het verschil tussen Hugging Face en de twee organisaties die niets merkten, zat niet in het model maar in de logging. Weet je van elke agent-actie wat er gebeurde, wanneer en op wiens gezag? Zo niet, dan hoor je het van iemand anders. Of nooit.

3. De weg naar buiten zit in de infrastructuur die je vergat. OpenAI liet één uitgang open, de interne package-service, en daar ging het mis. Ga bij elke agent langs de lijst van wat hij echt mag benaderen en snijd de rest weg. Rechten die je niet hebt uitgedeeld, kan een agent niet creatief inzetten.

Twee modellen die inbreken bij een ander bedrijf om een testvraag te beantwoorden. Een bootje dat tien jaar eerder rondjes draaide voor power-ups. Het is hetzelfde gedrag, alleen kan het nu zero-days aan elkaar rijgen en een weekend doorwerken over wisselende virtuele machines. En de labs zelf schrijven op dat ze verwachten dat dit gewoner wordt.

Ik ben nieuwsgierig naar jouw kant hiervan: als een agent in jouw bedrijf morgen iets doet wat je niet had bedoeld, zou je het merken? En waaraan?

Laat het me weten in de reacties, ik lees ze allemaal.

Tot de volgende,

Olaf Lemmens

Founder NinA AI Agency


Kijk ook zeker eens op onze (vernieuwde) website: www.nina-ai.nl