Een agent werkt in een lus: hij plant een stap, voert die uit met een tool, bekijkt het resultaat en beslist wat de volgende stap is. Dat herhaalt hij tot het doel bereikt is, of tot hij een mens nodig heeft. Vier onderdelen maken het verschil.
1. Plannen
De agent knipt het doel op in stappen. 'Beantwoord deze klachtmail' wordt: lees de mail, zoek de klant op, zoek de order, check de levering, bepaal wat er mis ging, schrijf een antwoord en stel een oplossing voor. Het taalmodel doet dat plannen. Hoe beter een model kan redeneren, hoe langer en ingewikkelder de taken die het aankan. Daar schreef ik eerder over in hoe je een agent aanstuurt die acht uur alleen werkt.
2. Tools
Zonder tools is een agent gewoon een chatbot. Tools zijn zijn handen: een koppeling met Exact, AFAS of HubSpot, toegang tot de mailbox, een zoekfunctie in je documenten. Steeds vaker loopt dat via MCP, het Model Context Protocol. Dat is een open standaard die Anthropic in november 2024 introduceerde, zodat AI-modellen op één manier met systemen kunnen praten. In december 2025 droeg Anthropic MCP over aan de Agentic AI Foundation, onderdeel van de Linux Foundation. ChatGPT, Gemini en Microsoft Copilot ondersteunen het inmiddels ook (Anthropic, 2025).
De belangrijkste ontwerpkeuze zit hier: welke tools krijgt de agent, en met welke rechten? Een agent die orders mag lezen maar niet mag wijzigen, kan weinig kapotmaken.
3. Geheugen
Een agent heeft twee soorten geheugen. Het kortetermijngeheugen is het context window: alles wat hij binnen één taak leest en doet. Het langetermijngeheugen is wat hij tussen taken bewaart, zoals eerdere contacten met dezelfde klant, of een kennisbank met jullie productinformatie en voorbeelden van goed werk. Dat opzoeken heet vaak RAG: de agent zoekt eerst de juiste stukken op en baseert zijn antwoord daarop, in plaats van uit zijn hoofd te praten.
Hier zit ook de grootste valkuil. Een agent is zo goed als de informatie die hij kan vinden. Staan je prijzen in drie verschillende Excel-bestanden, dan gaat hij net zo twijfelen als een nieuwe medewerker. Daarom begint AI vaak bij data, niet bij AI.
4. Mens in de lus
Een goede agent weet wanneer hij moet stoppen. Bij ons zit er altijd een mens in het proces: de agent bereidt voor, een medewerker controleert en drukt op verzenden. Dat heet human in the loop. Hoe meer vertrouwen er is, hoe grotere stappen de agent zelf mag zetten. Dat vertrouwen bouw je op met cijfers, niet met hoop. Waarom dat zo werkt, lees je in waarom je AI-agent een baas nodig heeft.